. 

Onderzeedienst.

Op mijn zestiende jaar (december 1966) heb ik gekozen voor een loopbaan als Wapen Electronica Monteur (WEMNT) bij de Koninklijke Marine.
Mijn opleiding begon allereerst met een 3 maanden durende cursus Eerste Militaire Vorming (EMV) in Hilversum. Marcheren, wapenkennis, schieten, conditietraining, borduren (!), etc.





Daarna volgde twee zware studie jaren aan de Electronische School op Ford Erfprins te Den Helder.
Hier zijn alle inns en outs van de, toen nog in de kinderschoenen staande, digitale techniek er letterlijk en figuurlijk ingestampt.

 

Omdat ik bij de keuring heb aangegeven graag bij de onderzeedienst te willen dienen werd ik na een strenge lichamelijke en geestelijke keuring overgeplaatst naar de Rotterdamse Droogdok Maatschappij te Rotterdam. waar mijn eerste schip, de Hr. Ms. Zeehond (S809), al in het dok op me lag te wachten.

De zeehond schip was een conventioneel bewapende onderzeeboot van de driecilinder klasse naar Nederlands ontwerp. De werf was juist klaar met het zogenaamde "knippen en scheren" (dit is een andere benaming voor het verwijderen van de algenaangroei aan de scheepshuid).


Hr.Ms. Zeehond



 


De eerste bestemming op mijn zeedoop was een oefening op de Noordzee waarbij alle onderdelen en apparatuur na de werfperiode opnieuw worden gecontroleerd.   Tijdens deze oefening werd Stavanger in Noorwegen aangedaan. Mijn eerste buitenlandse haven !   Er zouden er nog velen volgen.



Kort daarna was de volgende reis richting de Middelandse Zee.
Tussen de vele oefeningen door bezochten we Gibraltar en Tanger in Marokko.  Na deze reis was ik aan de beurt voor mijn eerste overplaatsing.




Hr. Ms. Potvis


Mijn volgende boot was het  zusterschip van de Zeehond, nl. Hr. Ms. Potvis (S804). De belevenissen die ik op dit schip heb meegemaakt waren teveel om op te noemen.




Ondanks dat de herinneringen soms een enigszins "mistig" karakter hebben zijn de vele havens die we, soms meerdere malen, bezochten mij allen bijgebleven. Lorient en Brest in Frankrijk, Lissabon in Portugal, Gibraltar, Ceuta in Marokko, Bergen in Noorwegen, Halifax in Canada, Boston in de USA, Plymouth en Portmouth in Engeland, Inverness en Invergorden in Schotland (met uiteraard de uitstapjes per trein naar Glasgow en Edinburg).


Ook ankerplaatsen bij Penzance (Engeland) en Lagos baai werden meerdere malen bezocht.
Kortom, de periode op de Potvis was zowel voor mij, zowel wat betreft de boot als de bemanning, een tijd om nooit te vergeten.




Op de helft van mijn loopbaan werd ik teruggeroepen naar de Electronische School. Na opnieuw een zeer intensieve opleiding van een jaar mocht ik mezelf Korporaal Wapen Electronica Monteur noemen en was ik specialist in radar, sonar en geleide torpedosystemen.

Weer naar de Rotterdamse Droogdok Maatschappij om daar kennis te maken met de toenmalige trots van de Koninklijke Marine in aanbouw, Hr. Ms. Zwaardvis en het zusterschip Hr. Ms. Tijgerhaai (S807).


Op deze laatste zou ik worden gestationeerd. Omdat deze boten het visitekaartje werden van de Koninklijke Marine hebben we, na de proefvaart en in bedrijfstelling, vele demonstratietochten en vlagvertoonreizen gemaakt.
Overal waar we kwamen stond ons schip en dus ook ons werk in grote belangstelling, zowel van de buitenlandse overheden als van het publiek.
In de havens waar nucleaire onderzeeboten nooit mochten komen konden wij aanleggen met onze conventionele voortstuwing.




Het meest indrukwekkende hoogtepunt voor mij was daarbij wederom de overtocht over de oceaan en het bezoek aan Canada en Amerika. De havens die we daarbij hebben aangedaan waren Halifax (Nova Scotia), Boston en Quebec. Mede om het feit dat tijdens de vaart niet veel te zien is zijn de weinige momenten dat je op de brug aanwezig mag zijn zeer indrukwekkend. Het is een ongelofelijke en niet uit te leggen ervaring om op de St. Lawrence rivier in de richting van Quebec te varen met aan beide zijden van deze rivier de indrukwekkende heuvels. 

De overtocht over de Atlantische Oceaan met een schip van relatief kleine omvang (2000 ton waterverplaatsing) en lage oppervlaktesnelheid (17 mph) is een onvergetelijke belevenis, zeker wanneer, in ons geval, de weergoden je niet vriendelijk gezind zijn.


Bij thuiskomst na de laatste "Canadareis" in Nederland werd Hr. Ms. Tijgerhaai toegewezen aan het NAVO commando en werd het schip gestationeerd op de Britse onderzeebootbasis bij Faslane (Schotland).  Dit betekende in de praktijk 3 maanden van huis, 2 weken thuis en weer 3 maanden van huis met als thuishaven Schotland, Schotland en Schotland. 

In dat jaar (1973) heb ik, inclusief de vakantieperiode ca. 60 dagen in Nederland doorgebracht.
De vooruitzichten voor het jaar erna zagen er niet veel beter uit. In februari 1974 heb ik daarom besloten een verzoek in te dienen om de Koninklijke Marine en de Onderzeedienst te mogen verlaten om op die manier wat vaker bij Pietje (en onze op komst zijnde dochter) te kunnen zijn.







Ik kijk echter terug op deze tijd met een enorm goed gevoel en ook wel met een beetje heimwee. Ik heb  een fantastische en een, in vele opzichten, zeer leerzame tijd gehad. Wat ik vooral miste (en nog steeds een beetje mis) is de geweldige collegialiteit en kameraadschap die ik heb mogen ondervinden. Als ik opnieuw mocht kiezen zou ik  het precies hetzelfde overdoen.


 


Ontsnappen uit een onderzeeboot